W-trek (Gletsjer Grey)
Als mensen me vragen hoe poging 2 van de reis naar Patagonië was, komen enkel de woorden van Eddy Wally (RIP) in me op: “waaw, geweldig”! Om niet instant alle details en verhalen te vergeten en om de nieuwsgierige thuisblijvers mee te laten genieten, schrijf ik er een reeksje blogposts over.
Over de eerste poging tot Patagonië kan je hier, hier en hier lezen. Drie jaar na een decadente weekendtrip naar Argentinië, drie jaar nadat de wereld op slot ging, besloten Ellen en ik om het er nogmaals op te wagen. Mijn broer had me op voorhand wel wat bang gemaakt. Landen zoals Chili en Argentinië zouden gevaarlijk zijn. Je wordt er volgens hem op klaarlichte dag beroofd als je er iets van merkkledij of juwelen draagt…
Vrijdag 3 maart
Als een complete slons, gekleed in gratis t-shirts en zonder trouwring, vertrek ik voor 3 weken naar de andere kant van de wereld. Nog geen tien minuten nadat ik thuis vertrek, besef ik dat ik mijn zonnebril ook thuisgelaten heb, al was dat niet bewust.
Vanaf Brussel-Zuid nemen Ellen en ik samen de trein naar Parijs waar onze vlucht naar Santiago (Chili) iets na 23u vertrekt. Dichtbij de boarding gate staat een piano. Vijf minuten, veel foute noten en sterk zwetende handjes later neem ik me voor om weer vaker te oefenen.
Aan boord heb ik een plaatsje aan het raam. Voor we opstijgen, gaat de cabin crew druk aan de slag met insecticide sprays op het ondertussen volle vliegtuig. Zouden er kakkerlakken in de bagageruimtes zitten? Ietwat beneveld bekijk ik het filmaanbod en op aanraden van een filmkenner (die de aangeraden film zelf nog niet gezien heeft), kies ik voor “Ich bin dein Mensch”. Goeie keuze, zo blijkt.
Aan publieke toiletten heb ik nog steeds een hekel. Vliegtuigtoiletten staan hoog (haha) op de lijst van te vermijden sanitaire voorzieningen, ergens bij festivaltoiletten en treintoiletten. Door jarenlange intensieve blaastraining ben ik erin geslaagd om gedurende een vlucht van zo’n 13u geenenkele keer naar het toilet te moeten gaan.
Zaterdag 4 maart
Vanuit het raam zie ik de schaduw en het vliegtuig zelf samenkomen bij een perfecte landing. We zijn in Santiago, Chili! Het is er zo’n 30 graden!
In afwachting van onze vlucht naar het zuiden zoek ik een Chileense simkaart (zonder succes) en een zonnebril (ook zonder succes). Tijdens de lunch merken we dat de enige hostel overnachting die we op voorhand geboekt hebben, voor een verkeerde datum is gereserveerd. Al snel fikst Ellen dat en hebben we een nieuwe hostel voor die avond. Na de lunch wordt mijn Visa kaart geweigerd. Al snel fikst (betaalt) Ellen dat en wordt de kaart geactiveerd voor Zuid-Amerika door hulplijn Bram.
Ook op de vlucht naar Puerto Natales heb ik een plaatsje aan het raam. Zo’n plaats heeft zijn voordelen, zeker voor iemand die niet vaak naar het toilet moet. Dat je bejaarde buurman ook graag naar buiten kijkt en hij daarbij frequent in je nek zit te hijgen, is een nadeel dat je er dan maar moet bijnemen.
Puerto Natales heeft een kleine luchthaven, waarschijnlijk vertrekt en arriveert er maar 1 vlucht per dag. Het is er koud en regenachtig, schril contrast met Santiago. Sommige passagiers stappen op een bus die klaarstaat terwijl de meerderheid wacht op taxi’s die druppelsgewijs doorkomen. Mits wat licht en subtiel ellebogenwerk slagen we erin om samen met een Spaanstalig meisje een taxi te bemachtigen. Eenmaal in Puerto Natales valt het me vooral op dat golfplaat hier een vaak gebruikt materiaal is om de huizen te construeren en dat menig autowrak een plaats krijgt aan de kant van de weg.
In de hostel lukt het me alweer niet om te betalen met Visa grmbl. De rest van de avond verloopt gelukkig wel zonder tegenslagen. We doen boodschappen in een lokale supermarkt. Ik hou van buitenlandse supermarkten, om dezelfde reden als Bockie beschrijft in aflevering 1 van Boris. Er liggen o.a. grote eetbare veters “cochayuyo”. Tinternet zegt daarover: “Cochayuyo is een groot zeewier met een heel ander uiterlijk dan wat we gewend zijn qua algen. De consistentie is erg vlezig.” Ik heb er spijt van dat ik dat niet eens geprobeerd heb 😦
We slaan genoeg proviand in voor de komende 4 dagen, waaronder pasta, rijst, bonen, linzen, crackers, brood, fruit, granola en 2 brikken plantaardige melk. We dineren in het gezelligste restaurant in het stadje, een Italiaan die ook superlekkere vegan pizza klaarmaakt.


Zondag 5 maart
Als een rasechte Haentjens ben ik vroeg uit de veren (en Ellen ook) om onze bus naar Pudeto te halen. Van daaruit vertrekt er een ferry die ons naar het begin van de wandeltocht brengt. Voor de liefhebbers, een kaartje dabei:

Vanaf Pudeto vertrekt er een catamaran naar Paine Grande. Wij plannen om de W-trek (oranje route) te doen. Voor de echte die-hard hikers is er bij uitbreiding ook de O-trek, dan wandel je het bovenste stuk (gele route) ook.
Maar goed, terug op de bus naar Pudeto! Iedereen op de bus is rustig ingedommeld tot het asfalt ineens plaatsmaakt voor een grindweg. Iedereen werd wakker geschud behalve… Ellen. Die sliep onverstoorbaar verder.
Voor de aanlegsteiger van de catamaran is het eerst rustig tot een kleurrijke (regenjassen en rugzakhoezen) verzameling wandelaars samentroept. Ik vraag me af of iedereen aan boord kan gaan. Blijkbaar lukt dat doordat alle rugzakken gestapeld worden en de passagiers geen rekening houden met elkaars comfort zone. De ruiten dampen aan waardoor er een Titanic vibe heerst en we geen steek zien van de omgeving. Bij aankomst aan Paine Grande is het niet veel beter, het zicht is beperkt door het aanhoudende miezerige weer. Na een eerste lunch (boterhammen met kaas) en wat gekeuvel met een schattig Venezolaans-Australisch koppel, starten we ons wandelavontuur!
In het begin huppelen we enthousiast over het wandelpad, maar het regenweer en gebrek aan uitzicht op de zogenaamde ‘mirador’ uitkijkpunten, maakt dat de moraal onder nul zakt. Na 11 kilometer komen we aan bij Camp Grey en willen we geen voet meer verzetten. Er staat een rij mensen te wachten om in te checken en ik zie de kerel voor me verdampen. De jongen die ons incheckt vraagt ons te wachten op iemand die ons naar onze tent gaat brengen. Een half uur later zitten we nog steeds verkleumd te wachten. Eindelijk krijgen we ons tentnummer en na een deugddoend pompoensoepje en rijst met bonen (uit oldskool gamellen), kruipen we in onze warme slaapzakken en liggen we tegen een uur of 8 al vredig te slapen.

© Ellen Gistelinck


Maandag 6 maart
Met verse moed staan we op en laten we het grootste deel van onze bagage achter om zo’n 2 km door te wandelen naar de gletsjer. Onderweg moeten we 2 hangbruggen over. Met knikkende knietjes en geconcentreerde blik (niet naar beneden kijken, niet naar beneden kijken) geraak ik tot bij Ellen die als eerste de brug over durfde. Naarmate we de gletsjer naderen, wordt het frisser. Op het verste uitkijkpunt maken we de vergelijking met de gletsjer die we 3 jaar geleden bezochten, Perito Moreno. Die is misschien imposanter, maar je wordt bij wijze van spreken met de toeristenbus vlak voor die gletsjer gedropt en je loopt er langs via aangelegde paden en trappen. Voor gletsjer Grey hebben we een pak meer moeite moeten doen en het voelt als onze eigen verdienste dat we van het mooie uitzicht kunnen genieten. Op terugweg maken we nog een kleine omweg om een andere mirador te bezoeken. In Camp Grey warmen we op met soep vooraleer we terugkeren naar Paine Grande (2e overnachting). Het klaart eindelijk op en we kunnen genieten van mooie uitzichten. We zijn van plan om wat crackers te knabbelen op het uitzichtpunt waar we gisteren niets zagen. Eens we daar zijn, begint het hard te waaien. Echt, ik ken de schaal van Beaufort niet zo goed, maar die wind is zo straf dat het snot uit je neus waait. Dat je wangen beginnen te wapperen als je je mond opendoet. Dat je crackers verkruimelen nog voordat je erin kan bijten.
We zoeken dan maar een plaats met wat meer beschutting om die crackers naar binnen te spelen. Voortgeduwd door de wind en gelokt door een prachtige dubbele regenboog bereiken we vlot Paine Grande.






Eén gedachte over “Dos chicas en Patagonia – Parte 1”